De eerste stappen van de cyclus van handelingsgericht werken met groepsplannen komen terug in het groepsoverzicht: de namen en gegevens van de leerlingen, de selectiekolom en de onderwijsbehoeften. Hoe zit dat nu met het verzamelen van gegevens?
Elke school bepaalt zelf welke gegevens zij op welk vak- of vormingsgebied in het groepsoverzicht wil opnemen. Dit kunnen methodegebonden toetsen of methodeoverstijgende toetsen zijn. Maar denk ook aan observatiegegevens, gegevens uit gesprekken met leerlingen of hun ouders, of aan belemmerende en stimulerende factoren van de leerling. Op veel scholen wordt gekozen voor een mix tussen kwalitatieve en kwantitatieve gegevens. Ze worden grotendeels verzameld gedurende de planperiode van het vorige groepsplan. Dus: tijdens de uitvoering van het groepsplan noteert de leerkracht al informatie over leerlingen in het groepsoverzicht (dat weer de basis is voor het volgende groepsplan). Het verdient dan ook aanbeveling het groepsoverzicht zo te maken dat het andere registratiesystemen zo veel mogelijk vervangt. Hiermee wordt een dubbele administratie voorkomen.
De keuze voor welke gegevens er worden verzameld in het groepsoverzicht wordt ingegeven door de vraag: zijn deze gegevens voldoende om op basis hiervan de leerlingen te selecteren die een specifieke onderwijsbehoefte hebben? Vaak is dit wel het geval. Althans in kwantitatieve zin. Veel leerkrachten vinden het lastig om kwalitatieve gegevens te verzamelen en te noteren. Hierdoor worden specifieke onderwijsbehoeften niet altijd opgemerkt. Op dit punt zie ik dan ook vaak een professionaliseringsbehoefte. Tijdens de invoering van de 1-zorgroute wordt hieraan ruimschoots aandacht besteed.
0 reacties:
Een reactie plaatsen