Algemene onderwijsbehoeften zijn gekoppeld aan de algemene kenmerken van een leerling. Bijvoorbeeld: deze leerling heeft behoefte aan extra instructie, veel herhaling en leert hoofdzakelijk via handelend bezig zijn. Deze behoeften zijn redelijk algemeen geldend. Dus: toepasbaar op een groot deel van de onderwijssituaties. Ook zijn ze gedurende langere tijd redelijk stabiel van aard.
Een specifieke behoefte gaat meer de diepte in en is nadrukkelijk gekoppeld aan een doelstelling (of een set doelen). Feitelijk wordt een algemene onderwijsbehoefte toegespitst. Stel, het doel is: beheersing van de begrippen meer/minder/evenveel. De specifieke onderwijsbehoefte is dan bijvoorbeeld dat een leerling behoefte heeft aan veel concrete voorbeelden waarin de leerkracht expliciet vragen stelt om de begrippen te oefenen. Daarnaast heeft de leerling behoefte aan het gelijktijdig uitvoeren van de vragen van de leerkracht met het bijbehorende materiaal.
Het verschil algemeen en specifiek is relevant als we kijken naar de kwaliteit van het benoemen van onderwijsbehoeften in de groepsoverzichten. Veel leerkrachten blijven dit moeilijk vinden en vervallen in het benoemen van algemene behoeften. Als de hoeveelheid doelen waarvoor de onderwijsbehoeften moeten worden benoemd groot is, wordt dit effect versterkt. Het is dan simpelweg niet mogelijk om goed de diepte in te gaan.
Bewustwording van het bovenstaande is een belangrijk gegeven. Dat scheelt vaak al veel. Het uitwisselen van ervaringsggegevens met het benoemen van onderwijsbehoeften is een effectief middel om deze bewustwording bij leerkrachten te versterken. Evenals het niet te groot maken van een doelenset. Dit laatste houdt in dat de planperiodes van het groepsplan korter zullen moeten worden. Drie cycli van handelingsgericht werken met groepsplannen per jaar is dan feitelijk te weinig.
0 reacties:
Een reactie plaatsen