Er zijn inmiddels een aantal SBO-scholen in Nederland die de 1-zorgroute hebben ingevoerd. Op die scholen wordt gewerkt aan het combineren van ontwikkelingsperspectieven met de 1-zorgroute.
Er is nog weinig (theoretische) eenduidigheid in Nederland over wat nu precies een ontwikkelingsperspectief is en hoe deze moet worden bepaald. Dat maakt het lastig om dit thema goed te kunnen bespreken. Gemakshalve omzeil ik het gebrek aan eenduidigheid door me te richten op de functie van het ontwikkelingsperspectief. Van hieruit kan wél een relatie worden gelegd met de 1-zorgroute.
Een ontwikkelingsperspectief heeft als doel om het onderwijs op de langere termijn te plannen. De 1-zorgroute staat ook planmatig werken met groepsplannen voor. De doelen die in een groepsplan worden opgenomen, zullen dus afkomstig moeten zijn van de langetermijnplanning die voortkomt uit het ontwikkelingsperspectief. Feitelijk moet deze planning in kleine stukjes worden geknipt die overeenkomen met de planperiodes van de groepsplannen. Het ontwikkelingsperspectief is onderdeel van het groepsoverzicht.
Organisatorisch en inhoudelijk is dit geen gemakkelijke opgave. Een van de problemen waar tegenaan wordt gelopen is hoe een cijfermatige aanduiding vanuit het ontwikkelingsprofiel weer terug te vertalen is tot een concreet aanbod voor de komende planperiode. Een ander probleem schuilt in het gevaar van onderstimulatie; een vaste lijn volgen houdt het gevaar in dat doelen systematisch te laag worden ingeschat.
Kortom: werken met een ontwikkelingsperspectief vraagt om een grote hoeveelheid expertise. In kenniscentra, bij educatieve dienstverleners en in SBO-scholen wordt deze momenteel opgebouwd.
Als mede-ontwikkelaar kent Wijnand Gijzen de 1-zorgroute als geen ander. Via deze blog beantwoordt hij vragen, bespreekt hij thema's en geeft hij tips en links.
woensdag 17 december 2008
vrijdag 12 december 2008
Algemene en specifieke onderwijsbehoeften
Algemene onderwijsbehoeften zijn gekoppeld aan de algemene kenmerken van een leerling. Bijvoorbeeld: deze leerling heeft behoefte aan extra instructie, veel herhaling en leert hoofdzakelijk via handelend bezig zijn. Deze behoeften zijn redelijk algemeen geldend. Dus: toepasbaar op een groot deel van de onderwijssituaties. Ook zijn ze gedurende langere tijd redelijk stabiel van aard.
Een specifieke behoefte gaat meer de diepte in en is nadrukkelijk gekoppeld aan een doelstelling (of een set doelen). Feitelijk wordt een algemene onderwijsbehoefte toegespitst. Stel, het doel is: beheersing van de begrippen meer/minder/evenveel. De specifieke onderwijsbehoefte is dan bijvoorbeeld dat een leerling behoefte heeft aan veel concrete voorbeelden waarin de leerkracht expliciet vragen stelt om de begrippen te oefenen. Daarnaast heeft de leerling behoefte aan het gelijktijdig uitvoeren van de vragen van de leerkracht met het bijbehorende materiaal.
Het verschil algemeen en specifiek is relevant als we kijken naar de kwaliteit van het benoemen van onderwijsbehoeften in de groepsoverzichten. Veel leerkrachten blijven dit moeilijk vinden en vervallen in het benoemen van algemene behoeften. Als de hoeveelheid doelen waarvoor de onderwijsbehoeften moeten worden benoemd groot is, wordt dit effect versterkt. Het is dan simpelweg niet mogelijk om goed de diepte in te gaan.
Bewustwording van het bovenstaande is een belangrijk gegeven. Dat scheelt vaak al veel. Het uitwisselen van ervaringsggegevens met het benoemen van onderwijsbehoeften is een effectief middel om deze bewustwording bij leerkrachten te versterken. Evenals het niet te groot maken van een doelenset. Dit laatste houdt in dat de planperiodes van het groepsplan korter zullen moeten worden. Drie cycli van handelingsgericht werken met groepsplannen per jaar is dan feitelijk te weinig.
Een specifieke behoefte gaat meer de diepte in en is nadrukkelijk gekoppeld aan een doelstelling (of een set doelen). Feitelijk wordt een algemene onderwijsbehoefte toegespitst. Stel, het doel is: beheersing van de begrippen meer/minder/evenveel. De specifieke onderwijsbehoefte is dan bijvoorbeeld dat een leerling behoefte heeft aan veel concrete voorbeelden waarin de leerkracht expliciet vragen stelt om de begrippen te oefenen. Daarnaast heeft de leerling behoefte aan het gelijktijdig uitvoeren van de vragen van de leerkracht met het bijbehorende materiaal.
Het verschil algemeen en specifiek is relevant als we kijken naar de kwaliteit van het benoemen van onderwijsbehoeften in de groepsoverzichten. Veel leerkrachten blijven dit moeilijk vinden en vervallen in het benoemen van algemene behoeften. Als de hoeveelheid doelen waarvoor de onderwijsbehoeften moeten worden benoemd groot is, wordt dit effect versterkt. Het is dan simpelweg niet mogelijk om goed de diepte in te gaan.
Bewustwording van het bovenstaande is een belangrijk gegeven. Dat scheelt vaak al veel. Het uitwisselen van ervaringsggegevens met het benoemen van onderwijsbehoeften is een effectief middel om deze bewustwording bij leerkrachten te versterken. Evenals het niet te groot maken van een doelenset. Dit laatste houdt in dat de planperiodes van het groepsplan korter zullen moeten worden. Drie cycli van handelingsgericht werken met groepsplannen per jaar is dan feitelijk te weinig.
maandag 1 december 2008
1-zorgroute in het Daltononderwijs
Kenmerkend voor het Daltononderwijs is de sterke aandacht voor de ontwikkeling van de zelfstandigheid van de leerling. In veel Daltonscholen houdt dit in dat leerlingen (delen) van hun leerproces zelf mogen plannen. Bijvoorbeeld wanneer op de dag of in de week zij hun taken mogen uitvoeren. Als voorbereiding op deze taken geeft de leerkracht de instructies bij deze taken dan ook achter elkaar. Daarna mogen de leerlingen aan het werk.
Tussen de 1-zorgroute en het Daltononderwijs bestaan geen spanningen. Groepsplannen kunnen op dezelfde wijze worden opgesteld als binnen reguliere basisscholen. Met één punt moet wel rekening worden gehouden: effectief onderwijs. Goede zorg start hier immers mee. Doordat instructies gebundeld worden is de overgang naar de verwerking niet geleidelijk. Dat is wel de intentie van activerende directe instructiemodel. Deze geleidelijke overgang vindt meestal plaats door een fase in te bouwen van begeleide inoefening.
Aan Daltonscholen dus het advies om bij de instructie voor elk vakgebied in elk geval óók de fase van de begeleide inoefening uit te voeren. Het instructiemoment wordt hierdoor wel langer, maar de kans is groter dat leerlingen de strategieën die nodig zijn voor het maken van de taken beter zullen herinneren.
Tussen de 1-zorgroute en het Daltononderwijs bestaan geen spanningen. Groepsplannen kunnen op dezelfde wijze worden opgesteld als binnen reguliere basisscholen. Met één punt moet wel rekening worden gehouden: effectief onderwijs. Goede zorg start hier immers mee. Doordat instructies gebundeld worden is de overgang naar de verwerking niet geleidelijk. Dat is wel de intentie van activerende directe instructiemodel. Deze geleidelijke overgang vindt meestal plaats door een fase in te bouwen van begeleide inoefening.
Aan Daltonscholen dus het advies om bij de instructie voor elk vakgebied in elk geval óók de fase van de begeleide inoefening uit te voeren. Het instructiemoment wordt hierdoor wel langer, maar de kans is groter dat leerlingen de strategieën die nodig zijn voor het maken van de taken beter zullen herinneren.
Abonneren op:
Berichten (Atom)