- leerlingen die meer uitdaging nodig hebben;
- leerlingen die verdiepte instructie nodig hebben;
- leerlingen die geen specifieke onderwijsbehoeften hebben (de 'basisgroep').
Eigenlijk is dit geen opvallendheid, maar iets dat we altijd al wisten of doen. Instructiemodellen zijn bijna allemaal gebaseerd op deze drieslag. En dat geldt ook voor methodes.
Waarom dan toch nog specifieke onderwijsbehoeften benoemen als we weten dat deze clusters min of meer 'vast' staan? Mijn idee zou zijn om alléén nog de onderwijsbehoeften te benoemen voor leerlingen die binnen deze drie clusters onvoldoende gedijen. Daarnaast is het benoemen van onderwijsbehoeften nog nodig voor leerlingen die niet binnen een van deze vaste clusters passen. En dan denk ik aan maximaal 10% van de leerlingen.
0 reacties:
Een reactie plaatsen